Transfer luchthaven Antalya – Strand van Olympos
Het strand van Olympos sluit de monding van een smal dal af en je komt er via de ruïnes: de antieke stad ligt verspreid langs een beek onder vijgenbomen en oleanders, en het pad naar zee loopt langs muren, sarcofagen en een Romeinse poort. De oever bestaat uit grove kiezels, het water wordt meteen diep en helder, en dezelfde beschermde baai loopt noordwaarts door naar Çıralı. Achter de opgraving staat het dal vol houten bungalows en boomhutpensions, dus op de kiezels zitten vaker rugzakreizigers en dagbezoekers dan hotelgasten.
Vanaf Kemer ligt de afslag 28 km verderop aan de D400, en de dalweg daaronder kronkelt nog elf kilometer omlaag: samen ongeveer veertig minuten. Tekirova is een half uur weg, Konyaaltı een uur en vijf minuten, het centrum van Antalya vijf kwartier, Belek een uur en veertig. Vanaf Side is het iets meer dan twee uur per richting en dus een hele dag; vanaf Alanya is het eenvoudig geen zinnige tocht. Meestal combineert men Olympos met Çıralı, de noordkant van dezelfde baai, of met Yanartaş erboven. Een bus geeft u een toegewezen uur bij de ruïnes; met een auto bent u er vóór het midden van de dag, als het dal nog koel is en er nog plek is.
Na de landing hier direct naartoe is 98 km en ongeveer een uur en 25 minuten, maar auto's komen niet verder dan de parkeerplaats bij de ingang: vandaar is het een kwartier lopen langs de beek naar de kiezels. Met een dagtas gaat dat, met koffers niet, dus de aankomstdag past bij de bungalows in het dal en niet bij een duik op weg naar Kemer, waarvoor de omweg toch te groot is.
Strand van Olympos bezoeken
Reken vanaf de poort drie uur en niets aan het bezoek hoeft haastig. Het pad naar binnen volgt de beek door de hele site, en u staat even vaak stil als u loopt: een deuropening die alleen in het groen overeind staat, sarcofagen met nog leesbare inscripties, de zitrijen van het theater half in de struiken, en dan het oude havenkanaal dat op de kiezels uitkomt. Zwem, kom terug langs de andere oever en u hebt beide helften van de stad gezien. Een uur levert het water op en geen enkele ruïne. De poorttijden schuiven met het seizoen, dus die bevestigt u vóór de boeking en niet bij de slagboom.
Het pad is aangetrapte aarde en losse steen, overal vlak, maar de beek kruist het op een paar plekken waar de bodem ondiep en tegelijk glad is, dus sandalen die nat mogen worden zijn de verstandige keuze. De oever aan het eind is grove grijze kiezel, steiler dan het vanuit het dal lijkt, en de bodem loopt na twee passen weg. Daarachter houdt het dal echte schaduw: vijg en oleander bij het water, pijnbomen op de hellingen. Daarom blijft de wandeling naar binnen ook in augustus koel, terwijl er boven de kiezels helemaal niets staat.
Dit is deel van een nestbaai, dus de oever is in het seizoen na zonsondergang gesloten voor bezoekers, licht wordt ervan weggehouden en overdag zijn stukken afgebakend. Alles komt en gaat door die ene poort, en juist dat beslist de boeking: de auto kan op het parkeerterrein bij de ingang blijven, omdat het bezoek een bekend einde heeft en er geen tweede uitgang is waar een chauffeur naartoe gestuurd kan worden. Yanartaş, op de helling boven het dal, werkt als avondhelft wanneer u hier beneden slaapt; vanaf een hotel verderop aan de kust wordt het het een of het ander.
- Sandalen die nat mogen worden verslaan hier sportschoenen, want het pad kruist de beek en het laatste stuk is losse steen.
- Bekijk de stad op de weg naar beneden en niet op de terugweg, want na het zwemmen loopt niemand de helling op om inscripties te lezen.
- Alle schaduw ligt aan het pad en aan het water geen enkele, dus de picknick hoort vijftig meter achter de kiezels.
- Vraag bij het naar binnen gaan hoe laat de poort sluit, want de weg terug is hetzelfde pad en onder de bomen is het veel eerder donker dan boven het water.



