Transfer luchthaven Antalya – Antieke stad Myra
Myra ligt aan de rand van Demre en komt neer op twee dingen: een rotswand en een theater. In de wand zijn Lycische grafgevels in lagen uitgehakt, bewerkt naar de houten huizen van de levenden, en daar recht onder staat een Romeins theater waarvan de zitkuip en de gebroken toneelwand ongewoon gaaf zijn gebleven. Beide liggen binnen één omheining en u ziet ze in één blik, niet na elkaar. De Sint-Nicolaaskerk — de bisschop die later de kerstman werd — staat apart, in het stadje zelf. Rondom ligt de vlakte onder folie: Demre teelt onder bedekking, tot aan het hek.
Tussen de luchthaven van Antalya en de ruïnes aan de rand van Demre liggen 157 km en ongeveer 130 minuten, en het grootste deel daarvan is bergland. De auto verlaat de terminal, gaat ten zuiden om de stad heen en komt bij Konyaaltı aan het water, waar de weg meteen weer begint te stijgen. Dan volgt de lange, gelijkmatige klim over de Beydağları, met een afdaling van ongeveer dezelfde lengte; het tempo bepaalt het zwaarste voertuig in de rij vóór u, en voorbijkomen lukt zelden. Bij Kumluca voelt de dag half verstreken. Daarna loopt de weg vlak over de kassenvlakte naar Demre.
Antieke stad Myra bezoeken
Reken op een uur of drie ter plaatse en bedenk wat dat met de dag doet: met zo'n twee uur en tien minuten rijden aan elke kant is Myra geen middagje uit maar een hele vakantiedag. Praktisch boekt u dit als één auto die bij u blijft, niet als afzetten met later een aparte ophaling, want de twee dingen waarvoor u komt liggen niet op dezelfde plek. De ruïne is het ene adres, de kerk het andere; ertussen is het kort, maar kort is met de zon hoog niet hetzelfde als aangenaam, en juist dat gat overbrugt een wachtende chauffeur voor u. Eén chauffeur voor de hele dag maakt u bovendien los van andermans klok.
Begin bij het terrein zolang de zon nog laag staat. 's Ochtends ligt de wand goed en lezen de uitgehakte gevels als architectuur; draait de zon verder, dan wordt de rots vlak en grijs. Vanaf de ingang is het een korte loop, maar de bodem is los en steenachtig in plaats van verhard. De graven bekijkt u van onderaf — er loopt geen pad omhoog en dat hoeft ook niet — en het theater ligt er pal onder. De stenen rijen zijn afgesleten en oneffen, en de kuip houdt de warmte vast: schaduw is er op dit open terrein vrijwel niet.
De kerk in het stadje bewaart men meestal voor de tweede helft, en die volgorde werkt. Na buiten volgt binnen, koel en schemerig waar het net fel en heet was, en van uw benen wordt niets meer gevraagd. Samen vullen ze de ochtend en een flink stuk van de vroege middag, en daarom spreekt u de terugrit liever vooraf af dan ter plekke. Plan tussen de twee geen lange lunch: die tijd hebt u nodig voor de terugweg. Wilt u meer uit de rit halen, combineer hem dan met een tweede stop aan diezelfde kust in plaats van de weg twee keer te maken.
- De graven bekijkt u vanaf de grond; van het beeldhouwwerk laat een verrekijker of een lange lens u meer zien dan extra stappen.
- De rotswand is 's ochtends het fotograferen waard — in het midden van de middag staat het licht erachter en verdwijnt het reliëf.
- De zitrijen van het theater zijn gladgesleten en plaatselijk uitgebroken, dus neem ze rustig en let op waar de steen is weggezakt.
- Neem water en iets voor uw hoofd mee: noch de theaterkuip noch het open terrein onder de graven geeft schaduw.



