Transfer luchthaven Antalya – Köprülü-canyon
De Köprülü-canyon is een nationaal park in de uitlopers van het Taurusgebergte ten noorden van Serik: de Köprüçay heeft er een kloof in de kalksteen gesneden en een Romeinse brug draagt de weg er nog altijd overheen. De brug, het koude heldere water en de cipressenbossen langs de oevers zijn voor de meesten de reden om te gaan; de tweede is rafting, vanaf de kampen tussen Beşkonak en de brug. Hoger in de bergen liggen de ruïnes van het antieke Selge. Zonder auto komt u hier niet: omhoog loopt een lange bergweg en naar Beşkonak rijdt niets volgens dienstregeling.
De weg naar de kloof takt ten oosten van Serik af van de kustweg, ongeveer halverwege Belek en Side, zodat geen van beide badplaatsen in het voordeel is: vanuit Belek, Kadriye, Side of Titreyengöl rekent u een uur tot vijf kwartier tot de brug, vanuit Çolaklı iets minder. Vanuit Alanya of Avsallar is het anderhalf tot twee uur, dus een hele dag met een vroege start. Kemer en Beldibi liggen aan de verkeerde kant van Antalya. Aspendos ligt aan dezelfde toegangsweg en is de gebruikelijke tweede stop. Een touringcar rijdt naar zijn eigen klok en eigen stops; met een eigen auto staat u vóór de bussen bij de brug en vertrekt u wanneer de kinderen het gehad hebben.
Rechtstreeks vanaf de terminal is het 85 km en ongeveer 75 minuten, dus de rijtijd is het probleem niet. Vanaf de kustweg is het nog ruim 40 km een dal in tot de brug, voor elke badplaats de verkeerde richting, en die laatste klim na een nachtvlucht is een slecht begin van een vakantie. Met de koffers in de auto omhoog en daarna terug naar het hotel doet niemand. Houd dit voor een volle dag later in de week.
Köprülü-canyon bezoeken
Zonder raft bestaat de dag uit de brug en het water ernaast. U loopt de Romeinse boog op, kijkt omlaag naar de kleur die de Köprüçay boven lichte steen aanneemt, en volgt dan de oever zolang het pad standhoudt; twintig minuten in een van beide richtingen is genoeg om de geparkeerde auto's achter u te laten. Het midden van de dag gaat op aan de vlonders die boven de rivier uitsteken, en hun hele nut is dat de lucht boven stromend water merkbaar koeler is dan wat ook aan de kust. Voor de canyon zelf zijn drie tot vier uur genoeg. Selge, hoger in de heuvels, kost twee tot drie uur meer en een slechte weg.
De andere helft van deze plek is de rafting, en het is eerlijk om te zeggen hoe dat werkt: de tochten horen bij de kampen langs de rivier, ze worden bij die kampen geboekt en niet bij ons, en ons deel is de weg heen en terug. Daaruit volgen twee dingen. Het traject eindigt niet waar het begint, dus iemand moet weten waar de auto staat en op welk uur — regel dat voordat iemand in een boot stapt. En blijft de halve groep achter, dan gaan die uren voorbij bij de brug en op de vlonders, precies de plek om grootouders met uitzicht te laten wachten.
Dit is dus een dag en geen stop, en zo wordt het ook geboekt: de auto rijdt met u mee naar boven en blijft, of komt terug op een vooraf afgesproken uur, en beide worden aan de kust geregeld en niet vanaf de oever. Onder uw voeten liggen ronde stenen die wegrollen, en de planken boven het water blijven vochtig waar de nevel ze raakt; de rivier is zo koud dat de meesten er één voet in zetten en het daarbij laten. Later in het seizoen voert de rivier minder water en werken de kampen in een ander ritme, dus bevestig rafting voordat de auto wordt geboekt.
- Loop eerst de Romeinse brug op: dat is de foto waarvoor iedereen komt, en vroeg op de dag krijgt u hem zonder anderen erop.
- Raft de halve groep en de andere helft niet, spreek dan vóór het vertrek van de boten af waar de achterblijvers zijn, want beide helften komen op verschillende plekken aan.
- De oever is losse ronde steen waarop u bij haast uw enkel verzwikt, en de rivier is koud genoeg om elke duik tot een minuut of twee te bekorten.
- De bussen komen midden op de dag in één golf, en dat is juist het moment om de oever te lopen in plaats van op de brug te staan.



